Dick Beijer:
'Het mooie van tuinen is de vierde dimensie: de groei'.
Een koetshuis in de Haarlemmerhout. Wie zou daar geen atelier willen
hebben? Zelf vindt Dick Beijer de Haarlemmerhout het mooiste plekje van Haarlem.
Hij heeft er zijn atelier, zijn 'studio voor tuinkunst'.
Over Dick Beijer wordt regelmatig iets geschreven, u heeft hem verschillende
malen op de tv kunnen zien en nog onlangs was hij een uur lang te horen op de
radio, in het kunstprogramma 'kunststof'. Hij maakt tuinen voor de 'happy few'.
Bijvoorbeeld voor Elton John in Schotland en Femke Jansen in New Vork. Ook Jennifer
Lopez wil hem spreken. En wanneer u bij de kapper eens de Privé of Story
doorbladert, dan zult u hem als geroutineerd partybezoeker vriendelijk naar de
camera zien lachen. Dick Beijer wordt op één lijn gezet met mensen
als Jan des Bouvrie en Gerard van den Berg. Kortom: een man die het in de ogen
van anderen gemaakt heeft. Tijd dus voor een gesprek.
Dick Beijer, 49 jaar, een
jongensachtige uitstraling. Een man die van schoonheid houdt. Zijn atelier in
'de Hout' zoals men in Haarlem zegt, is in wit, grijs en zwart gehouden. Het
is er mooi verlicht en het interieur straalt smaak uit. Hoewel zijn naam vaak
met 'het geld en de glamour' van Nederland geassocieerd wordt is zijn atelier
sober. De juiste meubels, veel Iicht en zicht op zijn tuin. Zijn tuin straalt
dezelfde beheerste schoonheid uit als zijn atelier. Kleuraccenten van grijs en
onverwacht violet. Grote plantgroepen, afgewogen ten opzichte van elkaar geplaatst,
weinig kleur, veel groen en geraffineerde combinaties van bladvormen.
Achter
een kop koffie gezeten begint hij te vertellen. 'Ik ben geboren en getogen in
Wageningen. Mijn vader was ambtenaar bij bouw- en woningtoezicht van de gemeente.
Ik heb nog twee oudere broers en een zuster, allemaal zitten ze in het onderwijs.
Ik kom dus helemaal niet uit een artistiek milieu. Ik was geen studiehoofd, maar
moest wel een voorbeeld aan mijn broers en zuster nemen. Na de middelbare school
ging ik daarom naar de Middelbare Tuinbouwschool in Nijmegen. Ik vond er helemaal
niets aan. Wat je daar leert is het traditionele: de grindtegel, bielzen. Eén
vak vond ik echter geweldig, maar van de veertig uur per week werd dat maar twee
uur gegeven: Tuinontwerpen. De rest van de vakken ging over materiaalkennis en
zo. Kijk basiskennis is nooit weg, maar ik vond het er helemaal niet leuk. Ik
heb de opleiding wel afgemaakt. Na mijn opleiding ging ik in dienst, en vervolgens
moest je werk zoeken. Er stond wel eens een advertentie in de krant, maar iedereen
vroeg mensen van twintig, die dertig jaar ervaring hadden. Bovendien was het
een andere tijd, over tuinen werd niet veel gesproken. De rente was 14%. De mensen
vreesden nog voor het rode gevaar, niemand was met tuinen bezig, het werd gezien
als pure luxe. In een vakblad, ik weet niet meer welk, vond ik een advertentie
voor een tekenaar, bij Bakker en Bleeker in Amsterdam. Het huidige B+B. In Amsterdam,
aan de Herengracht! Het leek me geweldig! Weg uit Wageningen!
Samen met mijn
vader heb ik een brief geschreven. 'Geachte mevrouw Bakker en geachte mevrouw
Bleeker, ondergetekende solliciteert naar de functie van tekenaar etc. etc.'
Die brief hebben ze natuurlijk gelijk in de prullenbak gegooid. Maar dat besefte
ik later pas; dat je in die tijd nooit zo'n soort brief naar dat bureau had
moeten schrijven. Het had in de trant gemoeten van: 'Beste Riek en Hank, dit
is nou precies wat ik leuk vind, tekenaar bij jullie'.
Die brief van mij was veel te
formeel, paste helemaal niet in het Amsterdamse van die tijd. Na twee weken kreeg
ik een brief terug: 'Wij wensen u veel succes in uw verdere carriere.' Weg Amsterdam,
weg toekomstdromen...
Toen heb ik de stoute schoenen aangetrokken en opgebeld.
'Kan ik niet gratis bij u stage lopen? ledereen vraagt om ervaring en dat heb
ik niet.' Kijk en dat was nou typisch Bakker en Bleeker: ze lieten me komen,
want ze vonden dat mijn enthousiasme beloond moest worden. Ze hebben mijn tekeningen
bekeken en ik mocht daar voor een halfjaar komen. Ik werd gewoon betaald en na
een half jaar zouden we wel weer zien. lk heb daar veel geleerd, ik kwam in een
andere wereld. Bij ons thuis hadden we de Margriet, maar op dat kantoor hadden
ze Avenue. Je was daar bezig met straatmeubilair, met ritmes van elektriciteitsmasten.
Daar had ik nooit bij stil gestaan. Dat ook dat vormgeving is. Ze hadden daar
zelfgemaakte Rietveldmeubels, een Rietveldkeuken. Je wist van het bestaan niet
af, komend uit Wageningen met alleen Middelbare Tuinbouwschool. Uiteindelijk
heb ik er twee jaar gewerkt.'
Dat Dick Beijer zich uiteindelijk na twee jaar
als zelfstandig tuinontwerper in Haarlem ging vestigen had te maken met zijn
drang om zelf vorm te geven, in plaats van de tekeningen van de ontwerpers bij
Bakker en Bleeker uit te moeten werken. Hij wilde ook sneller resultaat zien,
de projecten waar men zich op het bureau mee bezig hield waren projecten waar
jaren aan gewerkt werd. Een tuin ontwerp je, je maakt een tekening en je laat,
of gaat hem aanleggen. Voor Dick Beijer was dat een extra stimulans om zelf tuinen
te gaan ontwerpen.
Dick Beijer: 'Toen ik net voor mijzelf begon, ben ik, en
dat kon toen nog, bij de VNU (Verenigde Nederlandse Uitgevers) hier in Haarlem
langs gegaan en heb ik gevraagd of ik iemand van de redactie van VT-Wonen kon
spreken. Ik maakte geen kans. Maar ik hield vol en stukje bij beetje kwam ik
in bladen als de Libelle
en de Residence. ln die tijd, zo'n 25 jaar geleden, begon Nederland welvarender
te worden. Er kwamen steeds meer bladen die aandacht gaven aan tuinen. De liefde
voor tuinen begon in die tijd bij steeds meer mensen te groeien. Ik was er altijd
al van doordrongen dat wanneer je boven de massa uit wilt komen, je moet zorgen
dat je publiciteit genereert. Daarom ging ik naar openingen en feesten. Daar
presenteerde ik mij als tuinontwerper, vaak gezamenlijk met Jan des Bouvrie.
Wij gingen veel samen op pad. En voor je het weet zit je in een circuitje. En
dan is Nederland helemaal niet zo groot. Ik kreeg bekende Nederlanders als klant.
Dat is een klantenkring die voor mij een hele mooie etalage vormde. Van het een
kwam het ander: een tuin bij het hoofdkantoor van de Verenigde Naties, bij Femke
Jansen in New Vork, bij Elton John in Schotland en nu ben ik bezig met Jennifer
Lopez. Niet om nu aan 'name-dropping' te doen, maar om aan te geven hoe dat doorwerkt.'
'Voor
je het weet sta je in de Quote.' Lachend: 'Nee niet in de Quote-500, maar er
wordt wel over je geschreven. In de Elsevier, maar ook in de Story en de Privé.
We kunnen daar met z'n allen onze neus voor ophalen, maar voor mij werkt het
echt. Het is heel goed voor je naam.
Het was voor mij een bewuste keus, publiciteit
is de enige manier om in dat wereldje van tuinen en tuingedoe boven het maaiveld
uit te komen. Want zo'n intelligent wereldje vind ik dat momenteel niet. Ik vind
Nederland op een laag niveau staan. Men aapt elkaar alleen maar na. En maar slap
over tuinen zwetsen. Het komt maar niet op een hoger niveau.
Kijk nou eens wat
er op televisie komt aan tuinen, het gaat allemaal over mannetjes, klussen, kleurtjes,
bloemetjes en alles voldouwen. Nee ik vind dat niks.'
Dick Beijer kijkt naar
zijn tuin en wijst mij op de grassen en de bijzondere meubels. Buitenmeubels
die hij in Barcelona gezien had en graag wilde hebben om in zijn tuinen te gebruiken,
waarna hij alles op alles zette om deze hier in Nederland te krijgen.
'Ik ben
iemand die van grote hoeveelheden van één soort houdt. Het gaat
om het gebaar dat je maakt in de tuin.lk doe alles op gevoel. Mijn houvast bij
het ontwerpen is het gebouw. leder gebouw heeft vaste en belangrijke lijnen.
Een lijn die in het huis belangrijk is, kun je buiten doorzetten. Het kunnen
openslaande deuren zijn of een raam, die bepalen wat je buiten gaat doen. Keuzes
maken, daar draait het om, duidelijk zijn.' Hij loopt naar een flipover waarop
een tekening van een onlangs ontworpen tuin ligt en begint een college over ontwerpen.
'Heel
veel ontwerpers gaan uit van de erfgrens. Moet je nagaan als je bij deze tuin
van de erfgrens uit zou gaan.lk ben van het huis uit gegaan, waardoor er rust
ontstaat. Ik heb de lijn van de erfgrens ingepakt in 3 meter hoge taxusblokken.
Die taxusblokken volgen de lijn van het huis. Daarbij komt ook nog dat het huis
een meter boven straatniveau ligt, dus als je daar niets mee doet dan zitten
de bewoners op een soort podium. Dus had ik ook te maken met het waarborgen van
de privacy van de bewoners. De taxusblokken zorgen niet alleen voor privacy in
de tuin maar verhullen ook de onrustige dwarse lijn van de erfgrens. Alle lijnen
van het huis zijn gerespecteerd. Wanneer je uit het huis kijkt, kijk je onder
platanen door de tuin in, een plaatje.
Ik teken nog echt op de tafel, schuiven,
gummen en tekenen. Eerst een plattegrond maken en dan maar lijnen zetten. Je
moet je realiseren dat een tuin voor 70% van binnen naar buiten beleefd wordt.
Verder zijn ramen, de lichtval en schaduwplekken hele belangrijke zaken om in
je ontwerp rekening mee te houden. Maar nogmaals, de lijnen in de tuin worden
voor mij bepaald vanuit het huis.
Piet Oudolf en Jacques Wirtz, dat zijn mensen
die mij inspireren. De opvattingen van Piet over tuinen en architectuur
spreken mij erg aan. Mooie blokken van taxus, beuk of wat voor boom dan ook,
dat komt voor mij bij Piet Oudolf vandaan. En wat Wirtz indertijd met de tuin
van Axel Vervoort heeft gedaan vind ik prachtig. Duidelijkheid en keuzes maken.
Ik hoef niet per se naar tuinen in Toscane of Zuid-Engeland om inspiratie op
te doen. Die inspiratie doe ik wel op in steden als Amsterdam, Parijs of Milaan,
het hoeft niet altijd met groen te maken te hebben. Het kan een mooi gebouw,
een winkel, lekker eten of een mooie vrouw zijn, die inspireren. Ik heb een tijdje
gehad dat ik mij liet inspireren door muziek, dat heb ik niet meer. Geef mij
maar de stilte, ik zet hier een raam open, dan hoor ik de wind ruisen door de
tuin. Heerlijk.'
Wat de toekomst betreft is Dick Beijer wat voorzichtig, maar
het jongensachtige en het tikkeltje brutale komt toch in hem boven wanneer er
naar gevraagd wordt: 'Ach ik ben gewoon hartstikke lekker bezig. Er is een steeds
grotere groep mensen die mijn werk waardeert en dat voelt goed. Misschien word
ik nog veel extremer in mijn keuzes. Het blijft voor mij een gevoelskwestie.' |